Aanleg lokale zonneparken loopt vast op tekort aan transportcapaciteit

25.03.2019 | artikel

Aanleg lokale zonneparken loopt vast op tekort aan transportcapaciteit

€10 mrd. Dat is de afgelopen twee jaar toegezegd aan subsidie voor zonne-energie. Een groot deel slaat neer op het platteland. Gevolg: grote plannen, geruchten over goudkoorts en minstens zo grote frustratie. Bericht uit Drenthe.

De koeling in de schuur van Jan Reinier de Jong draait elk najaar op volle toeren. Op zijn land bij Odoorn verbouwt hij pootaardappels. Dat zijn aardappels die in het najaar worden gerooid en in het voorjaar weer elders in Drenthe en Groningen worden gepoot. Bestemming is de aardappelfabriek van de Avebe, een begrip in deze regio, waar de aardappels worden gebruikt voor het zetmeel en de eiwitten. De piepers zijn hightech.

Die moeten worden gekoeld. Anders gaan ze spruiten: De Jong wil ze ‘schoon’ opleveren. Dus heeft hij een grote koelinstallatie op zijn erf. ‘Elk jaar verbruik ik zo’n 60.000 kilowattuur tot 80.000 kilowattuur voor de koeling.’ Ter vergelijking: een gemiddeld gezin met twee kinderen verbruikt 5000 kilowattuur.

Dus toen de overheid in 2010 met subsidies kwam voor duurzame energie, was zijn keuze snel gemaakt: De Jong ging zijn daken vol leggen. Hij was daarmee een ‘early adopter’. En van akkerbouwer werd hij ongemerkt steeds meer een ‘energieboer’.
Collectief van vijftien boeren

De Jong is initiatiefnemer van een poel van vijftien boeren die bezig zijn met een zonnepark bij Exloo. Een collectief. De club van boeren brengt honderden hectares in, waarna de gemeente kan kiezen waar een zonnepark moet komen. De boer die eigenaar is van de grond waar het park uiteindelijk komt, krijgt uiteraard een vergoeding, maar ook de andere boeren krijgen geld.

Daarnaast heeft hij gevorderde plannen voor een eigen zonnepark in Daalkamp. Zo’n tien kilometer van zijn huis. Daar moet een zonneweide komen van 25 hectare.

Je moet duurzaam, zegt De Jong. Maar hij weet ook: zon is goede business. Een akker met panelen levert in sommige jaren het dubbele op van een akker met aardappels, mais of bieten. Daar doet niemand hier geheimzinnig over. Zo worden steeds meer boeren ook een beetje energieleverancier.

Gedeputeerde Staten Drenthe

Dit schreef Gedeputeerde Staten van de provincie eind januari in een brief aan de Tweede Kamer: ‘In Drenthe vindt een explosieve groei plaats van hernieuwbare energieprojecten op daken en in zonneparken.’ De regio is hier ‘enorm trots op’. Maar de infrastructuur is er niet op berekend – er zijn te weinig kabels. ‘De energietransitie dreigt tot een halt te komen’, aldus de provincie.

De Jong ziet het voor zijn ogen gebeuren. Tennet, eigenaar van hoogspanningsnetten, en Enexis, eigenaar van het elektriciteitsnetwerk in het noorden, waarschuwden in januari dat het netwerk maximaal is belast. Op sommige plaatsen is er zo weinig capaciteit dat er nu geen ruimte is voor nieuwe zonneweides.

Zoals straks voor het zonnepark van De Jong in Daalkamp. Hij weet niet wat de gevolgen zijn. Komt de subsidie later alsnog, wanneer er een aansluiting is? De Jong weet wel: ‘Enexis is heel erg bang de regels te overtreden.’

Cowboys op de markt

Gedeputeerde Staten waarschuwde verder nog voor speculanten en ‘cowboys’. NRC schreef eerder verhalen over de dubieuze methoden van Powerfield, dat geld aantrekt van particuliere beleggers. Powerfield hield zich volgens de krant in een aantal gevallen bezig met omstreden grondtransacties en agressieve grondspeculatie, waarbij particuliere beleggers zouden zijn gedupeerd. Recent kreeg een ander bedrijf, een aanbieder van obligaties in twee kleine zonneparken twee jaar cel, omdat zijn beleggingen zwendel waren.

Dat heeft De Jong niet meegemaakt. Wel werd hij gebeld door een partij die een zonnepark wilde aanleggen op zijn grond. ‘De deadline was verlopen voor het indienen van een vergunning. Dat was geen probleem, zei het bedrijf. Ze hadden al een vergunning aangevraagd op mijn land. Terwijl ik van niets wist.’ Zon is ‘hot’ onder boeren en projectontwikkelaars.

Zonneweide in Pesse

Een half uur rijden van Odoorn ligt Pesse, een dorp dat bijna tegen de noordkant van Hoogeveen aangeplakt is. In een grote zelfgebouwde nieuwbouwwoning in een weiland buiten het dorp, woont Jan Adriaan van den Heuvel. Hij is zeker geen ‘early adopter’, maar rolde in de energiesector nadat zijn vader een telefoontje kreeg: had hij wel eens aan een zonneweide gedacht?

‘Iedereen is er mee bezig’, zegt hij aan zijn keukentafel. ‘Alle boeren die hier grond hadden, zijn wel gebeld.’

De keuze om het lapje grond – een klein deel van zijn totale grond – pal boven Hoogeveen, aan de A28, vol te zetten met panelen is financieel gedreven. Want met zon verdient hij meer dan met het verbouwen van aardappels of mais. ‘Voor mij geldt: 20% van mijn inkomen is nu gegarandeerd. Daar wordt ons leven en dat van onze kinderen beter van.’

Grondprijs nog niet door het dak

Van den Heuvel had vanaf het begin een goed gevoel bij Kronos Solar, het bedrijf uit München dat met zijn vader had gebeld. ‘Ze hebben een goed verhaal, een goede historie, en zijn hun afspraken altijd keurig nagekomen.’ Hij heeft ook met andere partijen gesproken. Maar geen enkele was beter dan het bedrijf uit München, zo ervoer Van den Heuvel. ‘Je moet gewoon niet in zee gaan met een niet-realistische partij.’

Maar die bellen wel andere boeren op. Goudkoorts op het platteland? ‘Dat valt hartstikke mee’, zegt Van den Heuvel. Zonneparken zijn weliswaar lucratief, maar in Pesse en omgeving is de grondprijs niet door het dak gegaan vanwege de komst van deze panelen.

Er moet wel veel meer regie komen, vindt Van den Heuvel. Want dat het net ‘vol’ zou zijn, het geëmmer met aansluitingen, de vertraging die dat allemaal oplevert: het verbaast hem. Netbeheerders spelen te snel de kaart van een vol stroomnet om extra geld los te peuteren uit Den Haag, vindt hij.

Zonne-energie in accu

Terug in Odoorn is dat ook de frustratie van De Jong. Hij heeft een zes meter lange zeecontainer met daarin 126 lithium-ion-batterijen. Naar eigen zeggen was hij de eerste agrariër in Noordwest-Europa die zonne-energie in een accu opslaat.

‘Ik heb in 2016 een grote accu aangeschaft met het idee om op piekmomenten automatisch via slimme software stroom tegen een hogere prijs te verkopen. Dat bleek technisch lastiger dan gedacht. Nu gebruik ik de accu voor het in balans houden van het net waar ik een vergoeding voor krijg.’ Die functie wordt nu nog op grote schaal door kolencentrales ingevuld.

Hij zegt: dit is een goed initiatief om het overvolle elektriciteitsnet in Drenthe te ontlasten. Maar zijn ervaring met Enexis: regels zijn regels. Verzoeken voor een coulantere regeling om de overtollige stroom terug te leveren, werden niet ingewilligd.

Behoedzame netbeheerders

Dat is de terugkerende kritiek op de netbeheerders. De miljardenbedrijven zijn in handen van provincies en gemeentes. Ze zijn te behoedzaam. Ze mogen pas netten aanleggen wanneer ze daadwerkelijk weten dat die ook gebruikt gaan worden. Dit is een traject dat jarenlang duurt.

Han Slootweg, directeur netstrategie bij Enexis, zegt dat het net zo is ingericht dat er altijd reservecapaciteit beschikbaar is. ‘Maar die is nodig om de betrouwbaarheid van het net zo hoog te houden als hij nu is. In theorie zouden we die “vluchtstrook” best kunnen en willen gebruiken voor de zonneparken, maar als er een storing optreedt, bestaat het risico dat die vluchtstrook weer nodig is voor andere gebruikers en die zonneparken dus moeten stoppen met terugleveren. Sommige zonneparkexploitanten zeggen tegen ons dat dat beter is dan geen aansluiting. Probleem alleen is dat het juridisch onduidelijk is of we die vluchtstrook wel mogen gebruiken. Daarover zijn we nu als netbeheerders in gesprek met partijen.’

Energie-Nederland, de branchevereniging van energiebedrijven, pleitte er al voor dat de overheid met ‘spoedprocedures’ komt om het tekort aan stroomkabels in landelijke gebieden weg te werken.
Pleidooi voor meer regels

Zo doet zich de ogenschijnlijk wat bijzondere situatie voor dat de agrarische sector, waar immer wordt geklaagd over de zich opstapelende regeldruk, pleit voor beleid. Waarschijnlijk betekent dat: meer regels. En mogelijk ook een grotere vrijheid voor de netbeheerders, en vooral wat meer ondernemingszin bij deze bedrijven die in publieke handen zijn.

De woorden in de brief van de Gedeputeerde Staten waren wat dat betreft omineus. ‘Voor het maatschappelijke draagvlak van de energietransitie is het dramatisch als goedwillende initiatiefnemers hun breed gedragen plannen zien stranden. Wij zien de frustratie in onze samenleving en kunnen dit niet uitleggen.’