‘Forse subsidie in beginfase goedkoper op lange termijn’

31.05.2021 | artikel Jan de Wit & DNE Research

‘Forse subsidie in beginfase goedkoper op lange termijn’

Dat concluderen onderzoekers van het Rochester Institute of Technology in hun studie What is the optimal subsidy for residential solar? De hoge kosten in de beginfase worden ruimschoots gecompenseerd door toekomstige besparingen, waardoor hogere subsidies uiteindelijk de goedkopere optie blijkt. In hoeverre geldt dit ook voor warmtebronnen?

De optimale subsidie begint hoger en daalt meer geleidelijk, waardoor de kosten voor de sector in het begin laag zijn en technologische ontwikkeling een vliegende start krijgt. “Door de vroege, hoge subsidie ontwikkelt de technologie zich veel sneller”, stelt co-auteur Eric Hittinger op Twitter.

Subsidiëring levert volgens hem zelfs een dubbel voordeel op. “Ten eerste gaat het om hernieuwbare energie, waarmee je dus uitstoot voorkomt. Ten tweede draagt het bij aan een snellere prijsdaling en een potentieel stijgende verkoop.” Voorkomen uitstoot hoeft niet gecompenseerd of afgevangen worden in de toekomst, waardoor het op langere termijn kostenbesparend is.

Een vroege en flinke subsidie stimuleert dus de technische ontwikkeling en de verkoop, die weer een zelfversterkend effect heeft waardoor meer uitstoot kan voorkomen en de noodzaak van subsidie versnelt daalt. Het optimale scenario biedt in die zin directe en indirecte voordelen. “De aanschaf voor één huis heeft daarom een veel breder effect dan alleen op dat ene huis”, aldus Hittinger.

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat het voordeel van de subsidie wegvalt wanneer de discontovoet – kosten-batenanalyse van de verwachte maatschappelijke waarde – lager is dan 5 procent, de jaarlijkse technologische ontwikkeling lager is dan 6 procent of de maatschappelijke koolstofkosten lager dan $30/ton zijn. Op Solar365 staat een meer uitgebreid verslag van het onderzoek, toegespitst op zonne-energie.

Versnelling energietransitie
De onderzoekers ontwikkelden een kosten-batenanalyse van subsidies voor residentiële zonne-energie in de VS in de periode 2018-2047. In hun ogen zijn de resultaten tot op zekere hoogte goed door te vertalen naar andere landen én andere vormen van hernieuwbare energie.

Giel Janssen van Dutch New Energy Research hoopt op vervolgonderzoek. “Dit onderzoek is heel relevant, je ziet dat je de energietransitie kunt versnellen met gerichte subsidie. Hoewel de implicaties voor warmtebronnen minder eenduidig zijn, is een vergelijk interessant.”

Op basis van bestaande subsidies voor zonne-energie vonden de onderzoekers de optimale subsidieregeling vanaf het jaar 2018. Het onderzoek houdt rekening met technologische vooruitgang, acceptatie door de consument en afnemende kosten door vermindering van koolstofemissies.

Er moet wel een kleine slag om de arm gehouden worden, zo erkennen de onderzoekers. Hoewel het onderzoek met zeer veel aspecten rekening houden, van de elektriciteitsprijs tot de transportkosten ervan, houdt het geen rekening met politieke belangen.

Maatwerk
Volgens Janssen kan voor warmtebronnen niet zo’n eenduidige conclusie worden getrokken voor een optimaal scenario van subsidiëring. “Warmtebronnen zijn veel complexer, omdat ze in veel meer vormen voorkomen. Geothermie is niet hetzelfde als een warmtepomp, ook al zijn het allebei warmtebronnen. Daarnaast verschilt de businesscase en moeilijkheidsgraad van installatie in oude woningen enorm met nieuwbouw, wat ook weer effect heeft op de prijzen. Je hebt te maken met andere en vooral complexere situatie en verschillende subsidiepotjes, dat vraagt om meer maatwerk”, stelt Janssen.

“Om de vraag naar aardgas te reduceren is er een integrale aanpak nodig met samenwerkingen tussen de consument, overheid producenten leveranciers en de installatiebranche.” Als het op warmtebronnen aankomt is het politieke aspect van groot belang om de technologische ontwikkeling te stimuleren. “Daar draagt subsidie natuurlijk aan bij, maar bijvoorbeeld strengere duurzaamheidseisen op Nederlands en Europees niveau zouden ook zeker helpen.”

Het mechanisme van vroege, hoge subsidie zou wel kunnen werken, zo denkt hij. “De incentive van een subsidie werkt natuurlijk, goedkoper maakt aantrekkelijker. Subsidiestromen voor warmtebronnen kunnen daarom heel goed werken in de brede zin, dus van het optimaliseren van het productieproces tot het vergroten van de vraag bij de consument.”

Vroege en hoge subsidie zou daarom voor nieuwe warmtebrontechnieken ook goed kunnen werken. Toch zit volgens Janssen de belangrijkste bottleneck op dit moment niet zozeer in de technologische ontwikkeling, maar in de ontwikkeling van het aantal technisch vakmensen. “Er is een tekort aan technisch personeel, een oplossing daarvoor stimuleren is misschien nog wel het belangrijkste.”

onderzoekRochester Institute of TechnologyEric HittingerDutch New Energy ResearchGiel Janssenwarmtebronenergietransitiesubsidie